Rosmalense herinneringen
Schoolstraat
Op deze pagina o.a.: uurste winkel ber linnenbank…bokkepootjes maken…trui op de pot…huub moest trouwen…start d’n blom…ons moeder op 1 dag 2 bevallingen…niet vloeken in café… …klokken luiende bèkker… bloed over de straat…

Tricotagehuis


Het Tricotagehuis van Nolleke en Doortje in 1958 en een advertentie uit 1954
De Schoolstraat is een van de oudste straten van ons durp. De herinneringen aan deze straat zijn uit mijn vroegste jeugd omdat de St.Joseph jongensschool hieraan gelegen was. Met de nadruk op wás want de school is in 1991 gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe postkantoor en appartementen.
In het eerste huis rechts op de hoek, half in de Schoolstraat en half in de Dorpsstraat zat vóór de oorlog paardenslachter Hoedemakers. Hij stopte in 1940 met zijn slagerij/winkel. Arnold en Doorke de Graaf, woonden in het pand links naast de slagerij (nu bar) en hadden daar sinds 1935 een kleding en textielwinkeltje. Zij verkochten tricot kleding dat bij een bedrijf in Den Bosch werd gemaakt en waar Arnold werkte. Daar heeft hij ook zijn vrouw leren kennen. Toen de slachter vertrok kregen zij de kans om hun winkel én assortiment fors uit te breiden en verhuisden daarom naar het pand van hun buurman. Onder de naam “Het Tricotagehuis” openden zij er hun nieuwe zaak en verkochten o.a. tricot kleding, lakens, garens, knopen, kousen en sokken, ondergoed, huis-houdtextiel en bedrijfskleding, corsetten, vitrages, kleinvakartikelen(?) en zelfs babygoederen, vloerbedekking en zeil.


’t Verguld pèrdje

Nadat Nol en Doorke de Graaf in 1940 waren verhuisd kwamen Ben en An Pennings-van Rossum, die net getrouwd waren, in de vrijgekomen woning. Ben was een zoon van Huub Pennings d’n aannemer. Ben en An kregen daar vijf zoons: Huub, Adrie, Henk, Hans die helaas veel te jong is overleden en Bennie.
In 1961 werd het Bont Pèrdje op de andere hoek van de Schoolstraat afgebroken. Dit pand was half in eigendom van Pennings en half van de Graaf. Eerst bouwde Ben Pennings op de vrijgekomen plaats een nieuwe huis. Korte tijd later volgde Nol de Graaf en zette links op de hoek net de Dopsstraat een nieuwe winkel neer. Deze kreeg ook een modernere uitstraling: Modehuis de Graaf. In de zeventiger jaren nam hun zoon Kees de zaak van zijn ouders over. Hij heeft de voormalige winkel van zijn ouders nog tot 1970 als opslagruimte in gebruik gehad.
Toen Ben Pennings naar de overkant verhuisde betrokken Cor Verstegen met zijn vrouw Mieke van Bussel en hun kinderen Jan,Wil en Ger, het oude pand van Ben . Zij kwamen uit de Dorpsstraat waar zij woonden in het huis waar nu een reformwinkel in is gevestigd. In 1970 verhuisden de familie Verstegen naar een nieuwe wijk in de Rusmollese Molenhoek.
Hun huis werd, tezamen met het oude pand van de Graaf verkocht aan Jan Leefels, die er enige jaren later bar
” ’t Verguld Pèrdje ” in vestigde. Mijn jongste broer Jan is daar van 1986 tot 1990 nog kastelein geweest en woonde toen boven de bar. De bar heeft in de loop der jaren allerlei namen gehad o.a.: M’nne Stèk, M’n zuster en ik, Try Out en thans heet het cafe “Bartok”. Jan Leefels verbouwde in 1970 de voormalige winkel van de Graaf. Hij vestigde daar een cafetaria met als beheerder Jo Egelie.
De schoen van de mister


De hoofdingang van de St.Joseph jongensschool aan de Schoolstraat
Naast de bar stond de St.Joseph jongensschool. Op deze school werd ik op zes jarige leeftijd, samen met mijn tweelingbroer, letterlijk door mister Hoogstraaten de klas in gesleurd. (zie deel Kerk en School). Het schoolteam stond onder leiding van bovenmeester Jo Ceelen.

Enkele misters in die tijd waren nogal hardhandige om de orde te handhaven. Een pak slaag was heel gewoon. Maar hulpmiddelen zoals een aanwijsstok, ’n schoolbordborstel of een schoen van de mister met z’n voet er nog in, werden veelvuldig ingezet. Ook moest je soms wel ’n uur op je knieën voorin de klas op de kale planken zitten. Een “bokkepootje” maken (je pols flink ombuigen) was ook populair evenals het van achteren vastpakken van je beide oren en dan flink met je hoofd heen en weer schudden. Soms werd je letterlijk de klas uitgejaagd en dan moest je voor schut over de speelplaats naar huis. Thuis kon niet op clementie gerekend worden omdat de meeste ouders zeiden dat je het wel verdiend zou hebben en soms, als de aard van de overtreding bekend werd, kreeg je van hun nog eens extra straf. Het zal wel nodig zijn geweest (denk ik nu) om zo’n tweehonderdvijftig vaak nog halfverwilderde knapen tussen de 6 en de 12 op school in het gareel te houden. De meeste kinderen hadden er een goede start en zijn er in ieder geval wijzer vandaan gekomen als toen ze er kwamen.
Ik zat op deze school van 1948 tot 1955 en heb nogal verschillende misters gehad. De 1e klas begon ik met Hoogstraaten. Die ging na een half jaar weg en werd opgevolgd door Toon Dirks. In tweede klas zat ik bij Jan de Bok, de derde bij Jan Rasenberg, de vierde en (voor velen) de meest beruchte bij Frans Ploegmakers, de vijfde (helaas vond ik) weer bij Jan Rasenberg en in de zesde klas bij Jo Ceelen, de hoofdonderwijzer, die na een half jaar met pensioen en werd opgevolgd door Jan de Bok. Die maakte met ons het schooljaar af. In de zevende klas tenslotte heerste Ad de Vries. De 7e heette toen voor het eerst de VGLO klas (voortgezet lager onderwijs). Dat hield in dat je hier wat “technisch” onderwijs erbij kreeg zoals figuurzaken en schilderen en solderen. Daarna ben ik naar de LTS gegaan. (voor meer schoolverhalen zie deel “dagelijks leven” op deze site). Overigens was er ook nog een achtste klas. Die zat ook in het lokaal van de 7e en bestond slechts uit drie jongens. Twee ervan waren mijn broer Piet en Mies van Hoof. De derde weet ik niet meer.
De St. Josephschool was gebouwd in 1930. Op die plek was voorheen een weiland met daarop het boerderijtje van Pietje van Langen en zijn vrouw. Meestal liet Pietje daar zijn paarden grazen maar die moesten er nogal eens af omdat hij het graslandje nogal eens als oefenterrein aan de toenmalige burgerwacht verhuurde. Deze burgerwacht werd later de B.B (Bescherming Bevolking). Misschien heeft Pietje deze krijgers nog wat kunnen leren want hij was een fervent schutter bij de guld en zat heel vaak buiten met zijn geweren te klooien.
Trui op de pot


Voorbij de jongensschool en het kerkhof van de Lambertuskerk woonde Klaas en Dore van Liempt. Hun zonen Marinus en Toontje waren postbode in Rusmolle evenals drie van hun kleinzonen: Wim van dochter Drika, Klaas van zoon Marinus en Ad van zoon Frans. Ad is nu nog steeds postbooi in ’t durp. In de zestiger jaren viel hun mooie boerderij ten prooi aan de sloop om plaats te maken voor een gymnastieklokaal. Deze is in de negentiger jaren afgebroken en nu staat er appartementencomplex Lambertusterp.

Marinus van Liempt, een zoon van Klaas, bouwde in de zestiger jaren naast de gymzaal, tegenover de ingang van de Nieuwendijk, een vrijstaand huis. Op de hoek met de Smidstraat, stond op een terp tot begin 1970 het huisje van Marinus en Trui van Berkel.
Trui van Berkel
Trui kwam oorspronkelijk uit Den Bosch en heette met haar meisjesnaam van Loon. Zij was letterlijk een zwaargewicht. Zo ging ze eens met de vrouwenbond, waar ook mijn moeder bij was, met de trein op excursie. Onderweg riep moeder natuur, dus Trui moest iets kwijt. Maar zoals bekend zijn de deurtjes van trein-WC niet zo breed. Eerst hebben een paar van haar vriendinnen zonder succes geprobeerd Trui door de WC-deur te wringen. Inmiddels was ook de conducteur aangesloten als duwer maar wat ze ook probeerden Trui paste er niet in. Achteraf maar goed ook want ze hadden haar er nooit meer uit gekregen. Het was weliswaar niet gelukt om haar op die treinpot te krijgen, maar gegierd van het lachen hebben ze wel. Trui van Berkel was niet de enige die het in haar broek had gedaan. ’t Huiske van Trui en Marinus werd in 1962 afgebroken.

Klaas van Hirtum, een broer van mijn vader die met Drika Korsten was getrouwd, bouwde hier een nieuw woonhuis. Hij kwam uit de Kattenbosch waar hij een boerderij had die vanwege de vooruitgang moest worden afgebroken. (Op die plaats is nu een tenniscomplex).
Na de Smidstraat liep de Schoolstraat nog een eindje door. Rechts waren alleen weilanden met een eindje van de weg af de boerderij van Jan Coppens (waar nu de aanleunwoningen bij De Annenborch staan). Vlak voor de Pastoor Hordijkstraat, waar Brugge begint, heeft Ieske Langens begin zestiger jaren een huis gebouwd. ( een jaar of tien later is Moonen in een bijgebouwtje achter dit huis met zijn schoenenzaak gestart). Enige jaren later bouwde Driek Hoedemakers net voorbij Langens zijn nieuwe woning en dat was het laatste huis van de Schoolstraat.
Voor de linkerkant van de Schoolstraat gaan we terug naar de kruising met de Dorpsstraat.
Kerkelijk trouwgebod
Bont Pèrdje vlak voor de afbraak in 1960. Het stationskoffiehuis waar Grad Pennings zijn
bouwbedrijfje begon ongeveer 1920.

Bont Pèrdje vlak voor de afbraak in 1960
Op de hoek Dorpsstraat-Schoolstraat stond links het tot dan toe oudste huis van Rusmolle: het “Bont Pèrdje”, dat van oorsprong al van vóór 1700 was.
Een huis met veel geschiedenis en veel verschillende bewoners. Allereerst een stukje geschiedenis vanaf rond 1900.
Gred Pennings kwam,samen met zijn vrouw Regina de Laat, in 1873 vanuit St. Michielsgestel naar het Stationskoffiehuis op de kruising Dorpsstraat-Venstraat. Naast dit café richtte hij een aannemersbedrijf op.
Het stationskoffiehuis van Grad Pennings

Eind 1800 vertrok de familie Pennings naar het Bont Pèrdje. Zijn vrijgezelle zoon Marinus, die bij Gred inwoonde en in Rusmolle als bijnaam de Rooie Pennings had, verhuisde met hem mee. Het aannemersbedrijf groeide snel en breidde uit met een houthandel. Waar hij de tijd vandaan haalde weet ik niet maar naast deze twee zaken opende Gred in het Bont Pèrdje ook nog een café.
Toen de vrouw van Gred overleed bleef hij achter met zijn zoon Huub. Als hulp in de huishouding én in het café kwam Drika van Lijssel in huis wonen. Zij was ’n skon mèske en acht jaar jonger als de vrijgezelle Huub. Op een dag kreeg Huub een uitnodiging om op de pastorie te komen. Hij dacht dat het om een opdracht voor verbouwing van de pastorie ging en nam z’nne duimstok mar vast mee. Op de pastorie wier ie ontvangen in de goei kamer, kreeg unne goeie borrel, un goeie sigaar en vervolgens un goei opdracht. ’t Was alleen ’n andere als hij verwacht had. De pastoor vond het nl. maar niks dè zò’n jong mèske onder één dak leefde met een 8 jaar oudere vrijgezel. Hij stelde hem voor de keus: of met Drika te trouwen of ze de deur uit te doen. Huub, hoewel toen niet echt verliefd op Drika, dacht er eens over na en vond het eigenlijk niet zo’n gek idee.
Zij trouwden in 1913 en namen aannemersbedrijf én café van Gred over. Opa Gred en zijn broer Marinus bleven bij het jonge paar inwonen. De pastoor had een vooruitziende blik voor wat de liefde betreft. Drika en Huub waren geknipt voor elkaar en waren meer als zestig jaar samen. Huub werd 91 en Drika 104. Tot aan haar dood kon Drika smakelijk vertellen over de opdracht van Mijnheer Pastoor en kon er nog steeds hartelijk om lachen.
Naast het Bont Pèrdje was begin 1900 het kermis- en evenemententerreintje van Rusmolle. Een groot woord voor een ruimte waar rondreizende circusjes en soms zelfs woonwagens op mochten staan. Op dit veldje bouwde Huub en Drika in 1922 een nieuwe huis. Opa Gred verhuisde met Huub en Drika mee. Marinus (de Rooie) Pennings, inmiddels getrouwd met Marie van Lijssel een zus van Drika, bleef in het Bont Pèrdje wonen en nam het café van zijn broer over.



Bloeiende zaak….


In de jaren dertig bestond het Bont Pèrdje uit 3 woningen. In het eerste gedeelte (vanaf de Dorpsstraat gezien) zat Frans Rejak. In het middelste stuk huisde Driekske van de Wassenberg met zijn vrouw Marie. (de ouders van o.a. Piet en Ad v d Wassenberg die later elk een isoleerbedrijf hadden).
Driekske was schoenmaker én barbier. Wat zijn hoofdberoep was weet ik niet. Barbier hield in dat hij geen haren knipte maar alleen baarden scheerde. In Rusmolle zeiden ze daarom dat Driekske een “bloeiende zaak” had. In 1932, toen Driekske zichzelf bij het scheren verwondde kreeg hij bloedvergiftiging en is daaraan overleden. Wim Blom (van der Donk), nam het scheerbedrijfje tijdelijk over en ging er ook haren knippen omdat hij dat vak van zijn vader had geleerd. Hij was een paar dagen per week in dienst van Marie Wassenberg en werkte in een ruimte in het Bont Pèrdje.
Na enkele jaren, toen bleek dat geen van haar kinderen in de kapperszaak wilde, deed Marie de zaak definitief over aan Wim Blom. Hij begon voor zichzelf in een twee onder een kapwoning die stond in de Dorpsstraat ongeveer tegenover de zijgevel van het Bont Pèrdje. Zo ontstond kapperszaak van der Donk. De schoenmakerij van Driekske van den Wassenberg ging over naar zijn halfbroer Bertus van de Westen.
In de derde deel van het Bont Pèrdje, het uiterst rechtse gedeelte, was (zoals boven omschreven) het café van de Rooie Pennings en zijn vrouw Marie van Lijssel.

In en net na de oorlog woonde in het Bont Pèrdje vier families.
Op de hoek met de Dorpsstraat zat Jantje Swanenberg. Naast hun in het tweede huis zat Harry den Otter die later rechts om de hoek in de Dorpsstraat ging wonen. Na hun kwamen Leo Kersten en zijn vrouw Riek van Gerven daar in. Hun zoon Fransje, 5 jaar oud, kwam bij de bevrijding voor de deur van dit huis door een granaatscherf om het leven. Hij speelde daar buiten samen met zijn 3 jarig broertje Albert en de eveneens drie jarige Huub Pennings (van Ben) die beiden ongedeerd bleven.
Daarnaast, in de voormalige scheershop van Driekske van de Wassenberg, woonde Mies en Berta Pennings van der Heijden. Mies was vele jaren lang werkzaam bij Pennings Bouwbedrijf maar overigens geen familie. Voorbij de familie Pennings, in het laatste gedeelte van ’t Bont Pèrdje, woonde nog steeds Marie, inmiddels weduwe, van De Rooie (Marinus) Pennings. Er hebben in de veertig en vijftiger jaren nogal wat verschillende gezinnen in dit pand gewoond. De bewoners van net na de oorlog door mij vermeld, is een moment opname.
Het Bont Pèrdje, dat het langst bestaande huis uit de Rusmollese historie was, werd helaas in 1961 afgebroken.
De neije’n bèkker
Zoals in het begin van deze pagina al is omschreven werden in de zestiger jaren op de plaats van het Bont Pèrdje de nieuwe winkel van Arnold de Graaf, die de naam veranderde van Tricotagehuis in Modehuis de Graaf, en het nieuwe woonhuis van Ben Pennings en Anna van Lijssel gebouwd. Naast deze nieuwbouw stond het oude huis van van Huub en Drika Pennings waarvan de historie hierboven ook al is omschreven.
In het huis voorbij Huub en Drika zat jarenlang Toontje Pennings, een broer van Huub Pennings, die daar een bakkerij met winkel en een boerderij had. Hij was getrouwd met Fransje van Hirtum een zuster van mijn opa. Hun dochters An en Jaan trouwden respectievelijk met de broers Gret en Sjef Creij uit de Striensestraat. In 1946 stopte “d’n aauwe Toon” en deed zijn bakkerij over aan zijn zoon “de jonge Toon” die getrouwd was met Marietje “de Saar” Glaudemans, een zus van kapper de Saar (Glaudemans) uit de Dorpsstraat. In 1948 hield “jonge Toon” er mee op. Hij verkocht zijn bakkerij aan de weduwe Vergoossels uit Tilburg. Die trok daar in met twee volwassen kinderen, zoon André en een dochter. André zette de bakkerij voort en wier in Rusmolle de “neije’n bekker” genoemd.
Toon en Marietje Pennings vertrokken naar Tilburg om na 9 jaar weer terug te keren naar Rusmolle. Toon werkte vervolgens nog een aantal jaren bij de nertsenfokkerij op de Oude Baan.
Klokkenluiende bèkker

Advertentie uit 1954
Na drie jaar, in 1951, vertrok bakker Vergoossels al-weer en deed de bakkerij over aan Nol van Zuylen. Nol stamde uit een oud bakkersgeslacht. Zijn voor-vaderen bakten rond 1850 al brood in Huiseling bij Ravenstein. Zelf kwam hij uit Nuland waar hij bij zijn ouders in de bakkerij werkte.
Zijn broer Louis zat al jaren in de Kruisstraat met een bakkerij. Nol “erfde” aanvankelijk ook de bijnaam “neije’n bekker” van André Vergoossels maar vond dat niet zo leuk. Als ze hem zo noemde zij hij “Ik hiet van Zuylen”. De vrouw van Nol, Jo van Gorp, kwam uit Waspik. Zij was een dochter van de molenaar/bakker aldaar. Jo stond meestal in de winkel waar ze naast broodwaren ook allerlei soorten snoep verkocht. Onze Piet kwam, na een jaar of anderhalf voorr bèkker Marinus de Jong te hebben gewerkt, in 1957 bij Nol van Zuylen in dienst, waar toen ook een zoon van Marinus Verhallen werkte. Ikzelf heb Nol zaterdags wel eens mee geholpen op z’n bezorgings rondes door Rusmolle. Zo moest ik ook bij Hein en Doorke van Creij in de Striensestraat brood bezorgen. Het gebeurde wel dat er niemand in huis was. Ik ging dan naar de kelder en keek hoeveel brood daar op de plank lag. Ik wist hoeveel er voor het weekeinde moesten liggen en vulde het aan tot de juiste voorraad.
Of ik ‘r dan witte of bruine mik nirlin kwam nie zo naauw, dè waar altèd goed en de rékening kwaam lòtter wel.
De bakkerij lag naast de kerk en daardoor had Nol een “bijbaan” als klokkenluider van de Lambertuskerk. Als er b.v. om om 10 uur een uitvaartmis was werd het brooddeeg op een zodanig tijdstip gemaakt dat het rond kwart voor tienen moest rijzen. Dat duurde ongeveer een kwartierke en in die tijd kon Nol, soms met onze Piet, gauw de straat oversteken um de klokke te lùien. Daarna terug naar het deeg. In rap tempo werden er aparte deegbroden van gevormd, ingevet en ingeknipt. Deze deegbroden moesten voor ze de oven in gingen ook weer even liggen en dan hadden ze weer precies tijd genoeg om de klokken te luiden als de overledene na de Mis naar het kerkhof werd gebracht.
In 1964 bouwden Nol en Jo een nieuwe bakkerij in de Dorpsstraat naast het toenmalige gemeentehuis op de plaats van het huis Lambermont. Arnold junior nam in 1980 de zaak van zijn vader over.
De bakkerij in de Schoolstraat verdween. De familie van Asseldonk kwam in het huis en gebruikte het alleen als woonhuis. Na enkele jaren verkochten zij het huis aan Leo en Wil van den Broek. Die openden er een drogisterij met de naam “Bont Pèrdje en een slijterij. Begin negentiger jaren sloten ze deze twee winkels en begonnen daar bloemen- en planten zaak “Floral Designe”. (Thans zijn er een kledingwinkel en een uitzendbureau gevestigd).
Achter de bakkerij stond nog een klein woonhuisje. Daar woonde in de veertig en vijftiger jaren Dina Pennings die een dochter was van bèkker Toon Pennings sr. en Fransje van Hirtum. Bij haar hebben Ties Verhoeven, de latere garagehouder, en zijn vrouw Fien van Creij nog een tijdje ingewoond. De moeder van Fien was een zuster van Dina.
Toen Dina overleed woonde hier nog even de derde generatie Toon Pennings. Deze Toon was een zoon van bèkker Toon jr. en Marietje Pennings. Nu is de voormalige bloemenzaak van Leo en Wil van den Broek “Floral Designe” nog in dit pandje gevestigd.


Vloekvrij cafe

Jo Verstegen en Hanneke Voets
Voorbij de bakkerij stond café “Het Gildehuis” van Jo Verstegen en Hanneke Voets. In hetzelfde pand was ook een slagerij. De rollen waren goed verdeeld: Hanneke bestierde het café en Jo de slagerij.
Een van haar stelregels was dat er in haar café niet gevloekt mocht worden. Daar hield men zich aan tenminste….zolang Hanneke in de buurt was.De slagerij was rechts tegen het café aangebouwd. Jo nam deze over van Hanneke’s broer Has, die naar een nieuwe zaak aan de Graafseweg in Hintham verhuisde. Dat men in die tijd iets anders tegen het milieu aankeek als nu bleek wanneer Jo aan het slachten was. Het slachtwater, vermengd met bloed van de geslachte dieren, liep dan uit de slagerij naar de straat en stroomde in de goot langs de weg richting Nieuwendijk. Waar het bleef was wat duister want riolering was er in die tijd nog niet. Niemand nam daar aanstoot aan. Ze ware nie anders gewènd.
In het Gildehuis was natuurlijk ook het Rusmollese St.Catharina gilde gevestigd. Mijn vader was in de zestiger jaren gildesecretaris, mijn broers Toon en Bert tamboer en onze’n Han en ikke deden aan vendelzwaaien. Wij begonnen in 1954 als vendelier toen we twaalf waren, tegelijk met Henk van Helvoirt en Hennie van den Wassenberg. Het vendelzwaaien werd ons geleerd door Wim Geerts. Op de wei achter de boerderij van Dorus van Helvoirt op de Bergt oefende wij met een bezemsteel. We moesten vendelen met een vlag die de volwassen vendeliers ook gebruikten, omdat er geen jeugdvendels waren. Een zwaar karwei voor ons als dertien jarigen.

Dorus van Helvoirt met zijn vrouw Gondje van der Heijden bij zijn 40 jarig gildejubileum dat gevierd werd in Het Gildehuis
Wanneer de guld uitging waren dat de enigste keren dat wij in een café mochten komen. Onze eerste kennismaking met een biertje was dan ook in het Gildehuis.
De hoofdman van de guld, in de vijftiger-zestiger jaren, was Dorus van Helvoirt. Martien van Helvoirt, een zoon van Dorus, volgde hem als hoofdman op. Martien werd weer opgevolgd door diens zoon Henk die nu nog steeds hoofdman van het gilde is. Toenmalige gildebroeders waren o.a.: Jan Venrooy, Joost van Nuland, Tieske van Grinsven, die keizer was, Chrisje van Gaalen, Jo van Nuland, Leonard van Grinsven, Piet Vos en zijn broer Dorus, Leo van Grinsven, Piet van Wanrooy. Tevens zat in het Gildehuis “De Zwaluw”, een wat merkwaardige naam voor de postduivenvereniging. Dit was een zo ongeveer de oudste vereniging van Rusmolle, waar de duivensport altijd zeer populair is geweest.
In de tweede helft van de jaren vijftig deed Jo de slagerij over aan Piet Hoefs. Hanneke Voets overleed in 1958. Enige jaren later hertrouwde Jo met Cor Tielemans. In 1962 namen Bertje en Miet Swanenberg-Timmers, die tot dan toe in café de Schaapskooi aan de Tweeberg zaten en dat op de nominatie stond om afgebroken te worden het Gildehuis over. Jo en Cor hebben nog een aantal jaren in ’t Ven gewoond.
’t Heuveltje
Om de hoek bij de slagerij stond een houten keet waar loodgieter Gretje Pennings in zat. Hier achter lag een gedeelte van de bouwwerf van zijn broers Huub, Ben en Nico die gezamenlijk het bouwbedrijf Pennings beheerde.
Toen Gret naar de Tweeberg verhuisde werd zijn houten huis het nieuwe kantoor van dit bouwbedrijf. Daar voorbij was een dubbel woonhuis dat gebouwd werd in 1938. In het eerste woonde het gezin van Toon van Herpen en Drika van Liempt.


Toon werkte al vanaf z’n twaalfde jaar als stratenmaker, heeft vele jaren voor de gemeente Den Bosch gewerkt en begon op latere leeftijd nog een eigen zaak.
Toon en Drika van Herpen van Liempd
In 1938 waren zij getrouwd en kregen 4 kinderen: Wim, Wies, Thera en Tonny. Wim werd als zeventienjarige hulpbesteller op het Rusmollese postkantoor. Naast de familie van Herpen woonde nog een stratenmaker nl. Bert van der Doelen. Bert was getrouwd met Jaantje van Sonsbeek en zij hadden twee zoons Lambert en Frans en dochter Diny.
Dan komt een huis dat nu ’t Anker heet. Deze naam kreeg het van Ties Verhoeven die er later woonde. Toen, in de vijftiger jaren, woonde daar Bert (boerke) Coppens en Jaan Voets. Zij kregen een meisje Doca. Toen Jaan stierf trouwde Bert met Sien van der Biezen, op z’n Rusmolles Sien Bies genoemd. Nadat Bert overleden was hertrouwde Sien met Jan de Kort. Op de foto’s staan Sien Bies en haar stiefdochter Doca.
Sien Bies en haar stiefdochter Doca
In die tijd hadden zij inwoning op de bovenverdieping. De Rusmollese melkboer Ties van Grunsven woonde daar met zijn vrouw Stien van der Donk en dochter.


Ties was een zoon van Marinus en Drika van Grunsven-van Schijndel wiens boerderij meteen naast het huis van Coppens stond, pal voor de kruising met de Nieuwendijk. Hun dochter Klara was de vrouw van Wimke Teulings, een andere Rusmollese melkboer, die op de Bèrgt woonde.

Dan even een klein stapje links af naar het begin van de Nieuwendijk. Daar stonden op een terp, die wij ’t Heuveltje noemde, twee dubbele woonblokjes. Deze werden in de dertiger jaren gebouwd door Gret van Creij.
Hierin hebben veel verschillende gezinnen gezeten zowel voor als na de oorlog. Ik ken alleen de namen van een aantal families die er voor en/of na de oorlog hebben gewoond maar weet niet in welk huis: Evert van Pinksteren, Sjef Vos en Kaat van Pinksteren, Toon Verhoeven en Cis Krol, Christje van Hoof, Bertje van Gerven, Bertje en Greet Heesakkers, Jan en Grai van der Sluis, Broer van Balkum met zijn vrouw Sjaan Langens en An Blom met de Witte Vos. Wie kent er nog meer en weet in welk huis ze woonden?

Ons moeder had 2 bevallingen op 1 dag

Ties en Martha Heijmans bij hun 50 jarig huwelijk.
Vlnr: Staande: Gertie-Ria-Tonny-Sjaan-Willemien. Zittend: Marjan Martha en Ties.
Verder met de Schoolstraat. Op de hoek voorbij de Nieuwendijk waren twee gemeentewoningen. In het eerste woonde net na de oorlog Bertje de Kees(van Nuland) de opzichter van gemeentewerken. Die verhuisde in 1951 naar de Molenhoek en Ties Heijmans die getrouwd was met Martha Pennings kreeg het huis toegewezen. Martha was een dochter van bèkker Toontje Pennings en Francien van Hirtum. Ties hiette in Rusmolle de Saai of de Sabberd. Deze bijnamen hield hij over uit zijn voetbaltijd. Hij was stratenmaker en is in 1952 voor zichzelf begonnen. Later is zijn bedrijf over-gegaan naar zijn schoonzoon Thé Langes die met dochter Sjaan was getrouwd.
In de tweede gemeentewoning zaten Leeke Kersten en Riek van Gerven. Zij waren vanuit het Bont Pèrdje hier naar toe verhuisd. Op 9 Mei 1942 beviel Riek van haar zoon Albert en werd hierbij geassisteerd door mijn moeder die vroedvrouw was. De bevalling was ‘s-morgens. Het werd een drukke dag vur ons moeder want s’middags beviel zij zélf van een tweeling: onze’n Han en ikke. Zo ging dè vruuger!
Leo was van oorsprong een Limburger. Hij was als chauffeur/kok bij de mobilisatie ingekwartierd op zolder boven de bakkerij van Marinus de Jong. Vaak stond hij met zijn militaire keukenwagen bij de Lambertuskerk en hield er de bijnaam Leo of Leeke de Kok aan over. In die periode leerde hij ook zijn latere vrouw Riek van Gerven kennen. Na de oorlog werkte hij als kraanmachinist bij Jan Heijmans en kwam daarna als vrachtwagenchauffeur in dienst bij bouwbedrijf Pennings. In zijn vrije tijd kluste Leo bij als thuisslachter. Hij was gespecialiseerd in het uitbenen. Dat kwam er op neer dat het geslachte varken vakkundig door Leo “uit elkaar werd gehaald” zodat er niets verloren ging. Dit noemde men in Rusmolle ook wel ’t vèreke kort maake. Naast Kersten woonde in een eigen vrijstaande woning Wim Hanegraaf. Om een of andere reden noemden de meeste mensen hem in Rusmolle Wim Dielissen of Wim van Dieliskes. Hij werkte bij melkinrichting St. Jan in Den Bosch en ventte met een melkkar in de Bossche binnenstad.
Een eindje verderop, net voorbij de toenmalige kruising met de Smidstraat had je als laatste huis van de linkerzijde van de Schoolstraat de boerderij van Bert Coppens. Harrie, een zoon van Bert, was in de vijftig en zestiger jaren onderwijzer op de St. Josephschool. Ik heb hem niet meer als mister meegemaakt en hij zou later voor de Heemkundekring prachtige verhalen schrijven over Rusmolle en het Rusmolles dialect. Deze boerderij werd in de zestiger en zeventiger jaren de thuisbasis van soos Satisfaction. Er waren zeer vele jongeren lid van de soos waar altijd wel wat te doen was. Hun muziekavonden waren wijd en zijd bekend en werden druk bezocht. Nu is er restaurant de Coelenborg. Toentertijd hield hier de bebouwing van de Schoolstraat op. Het volgende huis stond pas een paar honderd meter verder waar Brugge begon.

Een helaas wat vage foto van de kruising Schoolstraat – Nieuwendijk jaren zestig, toen deze kruising werd veranderd. De boerderij van Tibosch is al gesloopt. De oude Schoolstraat liep eigen-lijk links voor de huizen langs
