Rosmalense herinneringen
Dorpsstraat Noord 2
Dorpsstraat vanaf de Driesprong tot Striensestraat rechterstraatzijde
Op deze pagina o.a.: spijkers pruimen…ze leerde ginne flikker…fietsen repareren in de keuken…bont perdje…uurste brommer…distributieradio van de Sibon…


Spijkers en pruimen

Bertus van de Westen aan het werk
We beginnen deze zijde van de Dorpsstraat noord bij de Driesprong. Waar nu Multivlaai zit had toen Bertus van de Westen een schoenmakerij. Bertus zat altijd te werken achter een raam pal tegenover het bordes van het gemeentehuis.
Hij zat daar eerste rang en kon alles zien en meemaken wat er in Rusmolle gebeurde.
Wij stonden vaak vol bewondering bij hem naar binnen te kijken. Hij had immer een grijze werkjas aan en hield een soort schoenenaambeeldje tussen zijn knieën geklemd waar hij de kapotte schoen over schoof. Daarna nam hij een haffel spijkers uit een kistje en stak die volledig in zijn mond. Het waren verrekte kleine spijkertjes en met enige show nam hij er extra veul als wij stonden te kijken. Met grote snelheid nam hij de spijkertje een voor een onder zijn snor vandaan en hamerde ze in de schoen. Op de foto rookt Bertus een sigaar. Veelal beet hij er een stuk vanaf om op te pruimen, ook als hij spijkertjes in zijn mond had. Wij vonden het een hele prestatie dat hij pruimde en, zonder te zeveren, tegelijkertijd de spijkertjes uit zijn mond nam. Op spuugafstand van Bertus stond een ijzeren bèkske waar hij met grote precisie zijn pruimensap in mikte. Dat het ook wel eens mis was getuigde de grote onuitwisbare plek die verkeerd gerichte sap in de houten vloer had gevreten.
Onze’n Han en ik stonden eens op weg naar school bij Bertus te klieren. We duwden elkaar om beurten speels met de kop tegen het raam waarachter Bertus zat te werken. Dan moest natuurlijk misgaan en jawel hoor, onze’n Han zunne kop met een luide knal dwars dur de ruit. Van schrik slikte Bertus bekant al z’n spijkers in en wij peerde eruit. Een week lang hebben we een andere route naar school genomen tot wij dachten dat de toorn van Bertus ’n bietje gezakt was.

Water uit de kraan….

Naast van de Westen stond een drie onder een kapwoning uit 1933. Het meest rechtse van de drie was in de oorlog verwoest. Kees en Betje van Uden-van Herpen hebben in de vijftiger jaren op dezelfde plaats weer een woning tegen de twee overgebleven huizen aangebouwd. (nog net te zien op de foto).
Achter de rechtse deur op de foto woonden na de oorlog o.a. Driek en Tina Heymans-Voets en Harrie en Mina van Alphen-Kusters. Vanuit dit huis zond Bernhard Sibon voor de oorlog distributie radio uit. Distributie radio verbond alle huizen middels een geluidsdraad aan elkaar en via een speaker kon je uit 2 of 3 kanalen muziek of gesproken woord kiezen. Bernhard bepaalde wat er werd uitgezonden. Ook werden er programma’s van de landelijke omroepen opgezet. Bij ons thuis waren ze er vroeger ook op aangesloten. Ik denk dat in de vijftiger jaren de distributie radio is verdwenen.
“De Sibon” is eind dertiger jaren verhuisd naar de Weidestraat.
Achter de linkse deur woonde vóór de oorlog familie Martien van den Elzen. Zij verhuisde naar de Raadhuisstraat. Het huis werd overgenomen door Dorus en Marie Kappen-Marie Maas. Zij kwamen oorspronkelijk uit Nuland. Na hun trouwen in 1930 woonden ze een aantal jaren in de Krommenhoek. In 1939 werd er verhuisd naar de Dorpsstraat. Harrie Kusters, een zwager van Dorus Kappen die tegenover hun in de Krommenhoek woonde zei dat Dorus het in ’t durp nooit zou redden omdat hij naast de vier gulden huur ook nog het water dè daor ut ’n kraón kwaam zelf moest betalen.
Toen Dorus en Marie op 30 mei 1930 in Nuland trouwden stonden ze niet alleen voor het altaar. Drika, een zuster van Dorus, huwde die dag ook. Maar wat de dag wel zeer bijzonder maakte was dat die dag nog een derde paar trouwde. Dat was weduwe opoe Kappen, moeder van Dorus, met weduwnaar opa Maas, de vader van Marie. Zo werden Dorus en Marie eigenlijk “half-broer en half-zus”.

Ze leerden ginne flikker…
1970 De Dorpsstraat
Dan, waar nu de Vreeburgpassage is, stond een boerderij waarin vóór de oorlog zeven broers en zussen woonden nl.: Hanneke, Toon, Marinus, Kees, Driekske, Tonia en Gred van Nuland.

Deze waren allemaal geboren in het Sprokkelbosch, waren allemaal vrijgezel, en zijn dat ook allemaal gebleven. Hun ouders waren Theo en Mien van Nuland-Brioul. Theo stierf jong en de zeven kinderen kregen al snel als bijnaam de “Brioullekes”, naar hun moeders meisjesnaam.
Na de dood van hun moeder verhuisden ze alle zeven naar deze boerderij in de Dorpsstraat. Ze voorzagen in hun onderhoud met tuinaanleg en verkoop van planten waarvoor ze achter het huis enkele kassen hadden staan. Eind dertiger jaren waren er nog drie over Tonia, Hanneke en Marinus en allen in de zeventig.

Tonia van Nuland
Hanneke stierf op 24 oktober 1944, de dag van de bevrijding, een natuurlijke dood in de schuilkelder van Gerrit van den Berg haar overbuurman. Tonia kwam op 27 maart 1945 bij een inslag van een Duitse granaat om het leven.
Ze zat samen met haar broer Marinus en Gerrit van den Berg voor het raam in hun huiskamer toen ze door een rondvliegende granaatscherf in haar hoofd werd getroffen.
Henk den Dekker
Ook Henk den Dekker hun overbuurjongen van 11 jaar werd bij dezelfde granaatinslag dodelijk getroffen. Waar Marinus naar toe is gegaan weet ik niet.

Maar na de oorlog woonden Henk en Betje van de Wetering-van den Berg in dat huis. Betje was een dochter van Gerrit van den Berg. Zij hadden drie zonen: Henk, Gerard en Nico. Eind vijftiger jaren verhuisden ze en Betje’s broer Jan van den Berg, getrouwd met Fien Steenbekkers, nam hun huis over. Jan had de kolenhandel van zijn vader inmiddels ook al overgenomen en de plantenkassen van de “Brioullekes” moesten plaats maken voor kolenopslag. Enkele jaren later ging Jan van den Berg ook diervoeders verkopen en in de jaren daarna groeide het assortiment verder met dierenbenodigdheden en hengelsportartikelen. Nico, een zoon van Jan, zet de zaak thans nog voort met een winkel in diervoeders en dierbenodigdheden op de Oude Baan.
Een huis verder woonde Jo en Sjaan van Zonsbeek-Verhagen. Jo van Zon, zoals ze hem in Rusmolle noemde, was accordeonist. Hij speelde jarenlang tijdens de voetbalwed-strijden van OJC op het oude voetbalveld aan de Nieuwen-dijk en op de Rusmollense kermissen. Voordat Jo en Sjaan in dit huis kwamen, woonde daar in de dertiger jaren Willem Noppen (de latere wethouder). Zijn oudste dochter raakte verliefd op mister Ploegmakers, de om zijn befaamde wapen-feiten bekende mister van de St. Joseph school. De school-plaats grensde aan de tuin van Willem Noppen.
Natuurlijk zochten de geliefden elkaar zo vaak mogelijk op. Een nu pronte Rusmollese dame van dik in de tachtig, die toen het een en ander van nabij volgde, had daar haar eigen mening over: ” D’n hille’n dag waare ze òn ’t sodemietere en de jong leerde ginne flikker”.
Huis van Jo en Sjaan van Zonsbeek




Jan en Cor de Laat-Swanenberg
Jan en Cor de Laat-Swanenberg woonden in het huis net voorbij Jo van Zon. Jan verkocht en repareerde daar fietsen en brommers.
Hij was een neef van mijn moeder en dat kwam voor mij goed uit. Want nadat ik daar vele malen verlekkerd naar de nieuwe brommers heb staan kijken kon ik er uiteindelijk een kopen. Ik was 21 jaar, had 50 gulden gespaard en 50 gulden van ons moeder geleend. Dat was de aanbetaling voor een Batavus van F.600,- De rest heb ik met een zaterdags bijbaantje, slagerijbestellingen rondbrengen voor Gretje van Zoggel, wekelijks afbetaald. Van half acht tot twee uur in de namiddag werken, beuren en meteen naar Jan de Laat om af te betalen. F.17.50 per keer. Jan hield het bij in een groen schoolschrift en de familieband zorgde ervoor dat het geheel renteloos was. Bij Jan de Laat werkte Jan van Hassel. Kleine Jan moest oom zeggen tegen zijn werkgever hoewel velen dachten dat hij een zoon van hem was. Jan van Hassel heeft daar het vak prima geleerd. Omdat zijn oom geen kinderen had heeft Jan later de zaak overgenomen. Hij bouwde aan de overzijde van de Dorpsstraat een prachtige nieuwe zaak die nu door zijn zoon Maurice wordt voortgezet. In de oude fietsenzaak van Jan de Laat is Wil van Nuland een sportzaak begonnen.
Fietsen reparatie in de keuken…

Dorpsstraat 1930: Jan de Laat, fietsenmaker, met Jantje Noppen. Op de achtergrond 1e huis fam. Jan (Jakobus) de Laat, 2e huis bakkerke Knip
Tot 1934 stonden tussen de fietsenzaak van Jan de Laat en de Schoolstraat 2 panden (een boerderij en een hoek-winkelpand.) Het eerste was, op de foto de witte boerderij, van familie Jan (Jacobus) de Laat, waaruit Jan de fietsenmaker is voortgekomen.
Jan repareerde zijn eerste fietsen in de woonkeuken van zijn ouders. Dat had tot gevolg dat zijn zusjes, die in een bedstee in de keuken sliepen, niet uit bed mochten komen als er klanten van Jan waren. Het tweede huis was een winkel op de hoek met de Schoolstraat. Hierin zat o.a bakker Knip (echte naam Smits?).
Hij deelde dit pand omstreeks 1930 met Bèr Linnenbank die daar fietsen repareerde en electriciteit in huizen aanlegde. De 2 panden werden in 1934 door brand verwoest. Bèr Linnenbank verhuisde naar de Stationsstraat waar hij een Electrisch Installatiebedrijf oprichtte wat tot een zeer groot bedrijf uitgroeide.
Jan de Laat senior.



In het eerste huis kwamen Jos en Jaontje Geerts-Verhallen. Zij kregen 2 zonen en 2 dochters en hadden een rookwaren en snoepwinkel. In hun etalage stond een onschuldig bordje: pijpen 0.50 cent. Niemand zocht hier iets achter. Verder verkochten ze schrijfbenodigheden zoals pennen, potloden, schriften en blocnotes. Jos had in de veertiger en vijftiger jaren een nevenfunctie: electriciteitsmeters legen en controleren. In die tijd hing naast de electriciteitsmeter een “betaalautomaat”. Daarmee kon je electriciteit kopen naar gelang je geld had. Bijvullen kon met dubbeltjes kwartjes en guldens. Dit geld werd door Jos opgehaald. Tenminste voor de electriteitsmeters die door Bèr Linnenbank waren geinstalleerd. In Rusmolle zeiden de mensen dat Jos Geerts het licht op haalde.
In het volgende huis woonde net voor de oorlog Marinus en Truus van Hassel-de Laat. Later verhuisde de familie van Hassel naar een oud boerderijtje aan de overkant van de Dorpsstraat naast Em van Creij.
In het vrijgekomen huis kwam de familie Neet. Moeder Neet met haar dochters Truus en Marie. Truus, trouwde met Martien van Pinksteren en werkte in de Stationsstraat bij Dr. HanegraafF en later bij Dr.Kuenen. Daar bestierde zij met ferme hand de praktijk. s-Morgens tijdens het spreekuur zat de wachtkamer stamp-vol en soms moesten de patiënten zelfs buiten wachten. Er werd natuurlijk geklaagd en gemopperd dat het zo lang duurde en vaak begonnen de jongeren ook nog eens te klieren en herrie te maken. Truus spetterde dan naar buiten en herstelde de rust. Wat later hebben Em en Anna Krey, die uit de tegenovergelegen Sparwinkel kwamen, nog in dit huis gewoond.

In het derde huis woonde Bertje en Sjaan de Laat-van Pinksteren. In het vierde en laatste woonhuis van dit grote pand zat het gezin van Harrie en An van Venrooy.
Bertje en Sjaan de Laat- van Pinksteren
Dan had je op de op de hoek met de Schoolstraat de winkel van Arnold en Doortje van de Graaf. Voor en in de oorlog was Arnold stoffenhandelaar. Na de oorlog begon hij hier een zaak in stoffen, klein textiel zoals handdoeken ondergoed sokken enz. en wat dames en herenkleding. De winkel heette Tricotagehuis van de Graaf. Rechts om de hoek in de Schoolstraat stond nog een pand dat bij het grote blok hoorde. Nu is dat een café.
Voor de oorlog woonde daar Ben Pennings en na de oorlog Cor Verstegen, een zoon van Jan en Grada Verstegen die een schildersbedrijf hadden in de Deken Fritsenstraat.
Arnold van de Graaf textielhandelaar en kledingwinkelier

Bont Pèrdje

Dorpsstraat “Bont Pèrdje”
Op de andere hoek van de kruising met de Schoolstraat richting Striensestraat stond het “Bont Pèrdje”. Een groot pand van vóór 1800 en het oudste huis van Rosmalen. Dit was het stamhuis van de bouwfamilie Pennings.
Na de oorlog woonde hierin o.a.: fam. Jan en Floor Swanenberg, familie Mies en Bertha Pennings, familie Leo Kersten en Marinus en Marie Pennings. Voor meer historie van het Bont Perdje zie Schoolstraat.
Dan een oud woonboerderijtje met twee woongedeelten waarin nogal veel gezinnen voor korte of langere tijd hebben gewoond, o.a. Sien Heikes. Gret (de Kees) van Nuland en Dorus de Looier.
Dorus de Looier

Daarnaast stond nog zo’n oud woonpandje, dat eigendom was van Lies van Creij. Hier woonden Jan en Marie Timmermans. Na de afbraak in 1956 bouwde Jan op dezelfde plek een nieuw huis. Jan Timmermans (’t Moaske), was geboren in een oud boerderijtje aan de Bruggensestraat en vele jaren vrachtwagenchauffeur bij wegenbouw Van Creij-Voets. Hij was getrouwd met Mien Damen uit Geffen. Zij hadden drie dochters en een zoon.
Een elftal ‘gemengd’ Striesestraat-Dorp. Achter: Wim van Grinsven – Marinus Voets – Piet Creij. Midden: Wim den Otter – Wim van Herpen – Theo Creij. Voor: Bert van Grinsven – Eduard Creij – Gerrit Voets – Ties van Grinsven en Tieske Creij.




Een huis verder was het vrij grote pand van Harry d’n Otter wiens zoon Wim later een van de sterren van OJC zou worden.
Harrie den Otter
Het laatste woonhuis van de Dorpsstraat vlak voor de Striensestraat was van Bertje Voets die met een vrachtwagen in het zandtransport zat.

